Werkgever zit achter zijn laptop

Verzuim, Zakelijk

WIA, IVA en WGA uitgelegd: wat betekenen deze regelingen voor jouw bedrijf?

27 juli 2026

WIA, IVA en WGA uitgelegd: wat betekenen deze regelingen voor jouw bedrijf?

Als MKB-ondernemer weet je dat verzuim en arbeidsongeschiktheid van werknemers niet alleen een emotionele, maar ook een financiële impact heeft. Toch blijkt uit onderzoek dat slechts 30% van de MKB’ers de wettelijke regelingen WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen), WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) en IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) volledig begrijpt. In dit artikel leggen we deze regelingen helder uit, zodat je weet wanneer je ermee te maken krijgt, hoe je financiële risico’s beperkt en je team optimaal ondersteunt bij arbeidsongeschiktheid.

Je werknemer is twee jaar ziek

Bij ziekte van een medewerker heb je een loondoorbetalingsverplichting tot maximaal 104 weken. Als de medewerker na 104 weken verzuim nog steeds niet volledig kan werken, komt hij of zij mogelijk in aanmerking voor een WIA-uitkering. Op dat moment stopt voor jou als werkgever de verplichting om het loon door te betalen. Let op!: Behalve als je niet genoeg hebt gedaan om te helpen bij de re-integratie. In dat geval kun je een loonsanctie krijgen en moet je langer doorbetalen (tot maximaal een jaar langer). Het UWV beoordeelt de mate van arbeidsongeschiktheid; er wordt een arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld. Dat is het percentage van het loon dat de medewerker niet meer kan verdienen. Dit percentage bepaalt of de medewerker wel of geen WIA-uitkering krijgt.

Twee soorten WIA-uitkering

Als de medewerker meer dan 80% en duurzaam arbeidsongeschikt is, dan heeft hij of zij recht op een IVA-uitkering. De medewerker kan nu en in de toekomst bijna of helemaal niet werken en 20% of minder van het oude loon verdienen. Als de situatie of gezondheid van de medewerker niet verandert, ontvangt hij of zij de uitkering tot de AOW-leeftijd. De IVA-uitkering bedraagt 75% van het laatstverdiende loon tot het maximum jaarloon (€80.886 in 2026). Wanneer het loon hoger is dan het maximum jaarloon, ontvangt de medewerker hierover geen uitkering.

Is de medewerker minimaal 35% en niet duurzaam arbeidsongeschikt, dan heeft hij of zij recht op een WGA-uitkering. De medewerker kan nu of in de toekomst weer meer werken en maximaal 65% van het oude loon verdienen.

Drie soorten WGA-uitkering

  1. Loongerelateerde uitkering
    Meestal krijgt de arbeidsongeschikte werknemer eerst de loongerelateerde WGA-uitkering, minimaal 3 maanden en maximaal twee jaar. Net als bij een WW-uitkering is de duur van deze uitkering afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer. Voordat de loongerelateerde uitkering stopt, bepaalt het UWV of de werknemer voldoende werkt. Afhankelijk daarvan volgt een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering.

 

  1. Loonaanvullingsuitkering (LAU)
    Deze uitkering stimuleert arbeidsparticipatie. Werkt de werknemer en verdient hij of zij minimaal 50% van de restverdiencapaciteit, dan volgt deze loonaanvullingsuitkering op de loongerelateerde uitkering. De restverdiencapaciteit is het bedrag dat de werknemer volgens het UWV nog zou kunnen verdienen. Het bedrag dat de werknemer verdient, wordt afgetrokken van het WIA-maandloon. De uitkering is 70% van het bedrag dat overblijft en een aanvulling op het inkomen uit arbeid. Werken loont!

 

  1. Vervolguitkering (VVU)
    Als een werknemer minder dan 50% van de restverdiencapaciteit benut, volgt na de loongerelateerde uitkering een vervolguitkering. Deze uitkering is aanzienlijk lager dan de loongerelateerde uitkering en een percentage van het wettelijk minimumloon. Zo is de vervolguitkering 50,75% van het minimumloon bij 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid. Het gevolg is een grote inkomensdaling, vooral bij medewerkers met hogere lonen voorafgaand aan hun arbeidsongeschiktheid.

Waarom is dit belangrijk voor werkgevers?

Wanneer de medewerker langdurig arbeidsongeschikt raakt, is er een grote kans dat het inkomen van de medewerker fors daalt en daarmee de medewerker financieel in de problemen raakt. Als werkgever kun je een aanvullende verzekeringen voor je werknemers afsluiten. In veel CAO’s is zo’n verzekering zelfs verplicht. De premie voor deze verzekeringen kan vaak deels (bijvoorbeeld 50%) op de werknemer worden verhaald. Onderstaand een overzicht van mogelijke aanvullende verzekeringen:

  • WGA-hiaat basis; vult de WGA-vervolguitkering aan tot 70% van het laatstverdiende loon vermenigvuldigd met het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage.
  • WGA-hiaat uitgebreid; garandeert dat de werknemer minimaal 70% van het laatst verdiende loon (tot het maximum jaarloon) ontvangt, ongeacht de benutting van de restverdiencapaciteit. De hoogte van de aanvulling hangt niet af van het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage.
  • WIA-excedent; biedt dekking voor inkomens boven het maximum jaarloon.
  • WIA-bodem; biedt dekking voor werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn.

Wanneer is een verzuimverzekering verstandig?

Naast de aanvullende verzekeringen voor jouw medewerkers, is het verstandig een verzuimverzekering voor jouw bedrijf af te sluiten. Vooral voor MKB-bedrijven kan één langdurig zieke medewerker grote impact hebben. Zo moet je het loon van de zieke medewerker doorbetalen en je krijgt te maken met extra kosten. Denk aan kosten voor vervanging van de zieke medewerker, re-integratie en productieverlies. Een verzuimverzekering maakt een onvoorspelbaar risico voorspelbaar. Je voorkomt dat een ziektegeval direct invloed heeft op je cashflow, winst en bedrijfscontinuïteit.

Wil je grip op de kosten van langdurig verzuim? En voorkomen dat ziekte van een medewerker grote financiële gevolgen heeft voor jouw bedrijf? Dan is het verstandig om je risico goed in kaart te brengen. Onze adviseurs helpen je daar graag bij.

Benieuwd wat de risico's voor jouw onderneming zijn?

Neem dan contact op met één van onze adviseurs.